Het is nog maar een dag of tien geleden dat ik een nacht in een Duits hotel, een prima hotel overigens, wel met bruin als basiskleur voor de hele inrichting, vlakbij de grens met Nederland doorbracht. Toen ik na een korte verkenning in de buurt terugkwam in de lobby ervan zag ik op de enorme tv-schermen her en der aan de muren Hitler. Het was geen verbeelding, ik kneep mezelf even in de arm, nee, het was hem echt. Het waren heel rustige beelden van hem. Hij was niet aan het opruien en stond ook niet tegenover een armen heffend publiek. Hij leek met generaals en andere legerleiders over de beste oorlogsstrategie te praten. Vrij bekende fragmenten op zichzelf. Maar er zat geen geluid of ondertiteling bij.
Ongetwijfeld hoorden de beelden bij een of andere documentaire.
Toch was het zien van Hitler, zo groot, rustig en voor mijn gevoel zonder enige
aanleiding in beeld gebracht, een bevreemdende ervaring. Misschien meer voor
een Nederlander in een Duitse stad dan voor een Duitser op diezelfde plek. En
al helemaal voor een Nederlander, waarschijnlijk, die een blog voert als dit.
Tijdens het, weer terug in een vertrouwd Nederland zijnde, zoeken
tussen de digitale stapels aan reacties op de uitslag van de verkiezingen en ook
nog een heel aantal voorbeschouwingen hierop, scrollde ik langs een SPD-politica,
die ervoor waarschuwde dat bij aanhoudende successen van de AfD de volgende Duitse
regeringsleider weleens een afgevaardigde van die partij kon zijn. Welnee,
dacht ik. Dat kan toch niet? Zover had ik me de dingen zelf in ieder geval nog
helemaal niet voorgesteld. Maar, het kan natuurlijk wel degelijk.
Eindelijk los van mijn telefoon door een zonnig park lopend,
nadenkend over de verkiezingsuitslag (ik had overigens twee partijen in de
gaten gehouden, niet alleen de AfD maar ook de BSW, waarover ik in een later stukje
meer hoop te schrijven) realiseerde ik me dat mijn eigen gevoel over de verkiezingsuitslagen zich
vooral met deze woorden liet kenmerken: “Godsamme. Ik heb hier geen zín in!”
Ik heb er moeite mee om de AfD en de huidige ontwikkelingen
in Duitsland 1:1 te vergelijken met het Duitsland van de jaren dertig. Daar
zijn twee redenen voor. Ten eerste zijn er ook veel belangrijke verschillen en
ten tweede heeft die vergelijking maar beperkt zin en kan deze zelfs averechts
werken. A la, je kunt wel een wijsvinger heffen, maar dan krijg je er een
middelvinger voor terug.
Toch, in mijn verlangen om weg te willen kijken van wat zich
voordeed zag ik wél een link naar toen. De houding van vele mensen in het
Duitsland van weleer. Die hun hoofd wegdraaiden van wat zich voor hun ogen
afspeelde. Daar kon ik wat mee doen, dat kon ik veranderen, hierin kon ik
mezelf de les lezen. Niet omdat ik per se wilde, maar omdat ik, na de oorlog
levend, de les van toen mee heb gekregen. Degenen die destijds leefden echter
hadden werkelijk geen idee.