1940

10 augustus 1940: Luctor et Emergo


In kranten uit de oorlogstijd is door de strikte censuur weinig ´echt´ nieuws te vinden. Er staat veel nepnieuws in. 

De archieven van de politie bieden veel meer informatie over wat er van dag tot dag daadwerkelijk in Nederland gebeurde. Maar in de kranten zelf kunnen kleine berichtjes of advertenties soms ook het een en ander onthullen. Of vertellen puzzels iets over de gemoedsstand van het land.

Zo staat er op 10 augustus 1940 een grote puzzel in het Algemeen Handelsblad. ´Luctor et Emergo´ heet deze. Hij is ´gewijd aan de opbouw´, zo staat er in de introductie te lezen. De lezers wordt aangeraden een aantal woorden uit de oplossing van de puzzel ´ter harte´ te nemen en te ´vertrouw[en]´ op een zinspreuk uit de puzzel. En  ´[men] vermijde vooral´ 106 verticaal.

De winnaar van de puzzel krijgt tien gulden. De tien troostprijzen bestaan uit boeken. Oplossingen kunnen worden ingezonden tot en met dinsdag 20 augustus ´des avonds twaalf uur´.

Twee weken later blijkt dat de ´ ´opbouw´- puzzel, getuige het grote aantal inzendingen, zeer in de smaak gevallen is.´ Levensmoed, levensdurf, moedig zijn, arbeidslust en het nooit wanhopen  blijken de zaken te zijn die de lezers ter harte moeten nemen. Het vertrouwen draait om de spreuk ´per aspera ad astra´ (door de moeilijkheden naar de sterren). En sabotage is wat men vermijde. Oftewel ´moedwillige vernieling en beschadiging´, zoals de bijpassende opgave luidt.

Twee andere omschrijvingen springen er ook uit, 112 verticaal: ´koning der Joden, 950 v. Chr.´ en het vraagstuk dat hoort bij de oplossing van 201 horizontaal, ´SS´: ´heilige schrift (afk.) (Lat.)´.

Schouders eronder. Blik omhoog. Niet wanhopen of moedwillig kapotmaken. Maar worstelen. En bovenkomen. Dat was het parool van het Algemeen Handelsblad, in de puzzelrubriek van augustus 1940.






31 augustus 1940: Een ondergeschoven koetje in Amsterdam-Noord



Amsterdam-Noord ligt er in de jaren veertig wat geïsoleerd bij. Het stadsdeel is alleen via ponten met de rest van de stad verbonden. Bruggen, tunnels: ze worden pas in de jaren vijftig en zestig aangelegd.  

In vergelijking met de rapporten van het bureau Leidseplein vormen de rapporten van het bureau Mosplein een oase van rust. In ieder geval als je naar de aantallen mutaties kijkt (zo bezien gebeurt er in het centrum van de stad per dag doorgaans minstens drie keer zoveel).

De rapporten van bureau Mosplein zijn allemaal bewaard gebleven. Die van het Leidseplein bijna allemaal: de periode mei – half september 1940 ontbreekt. Wat er op 31 augustus 1940, de eerste Koninginnedag in oorlogstijd, in het centrum gebeurde is er dus niet in na te zoeken. In Zuid, waar doorgaans minder loos was dan in het centrum, werden in elk geval diverse ´etiketten, vermeldende anti-Duitse leuzen´ aangeplakt.

In Noord vallen er die dag enkele bommen. Uit een ´onbekend gebleven´, dan wel ´vreemd´ vliegtuig, aldus het politierapport. Van een rij huizen aan de Durgerdammerdijk sneuvelen de ruiten. Voorgevels raken beschadigd en in één huis dringen scherven binnen. In een weiland is een flinke krater geslagen.

Het gebeurt vroeg in de ochtend. In de kranten van die dag staat dat er vier bommen door een Engels vliegtuig zijn afgeworpen. Twee daarvan zijn in het water terechtgekomen. ´Wanneer ooit het feit, dat geen personen gedood noch gewond werden een wonder genoemd mag worden, was het in dit geval,´ zo staat letterlijk te lezen Het Volk. En in het Algemeen Handelsblad. Het Leidsch Dagblad. Het Twentsch Dagblad. De Standaard. Het Rotterdamsch Nieuwsblad. Het Nieuwsblad van het Zuiden. En in nog veertien andere kranten. Alleen het Leeuwarder Nieuwsblad maakt de zin korter - en De Nieuwe Provinciale Groninger Courant houdt hem, als enige krant, in het geheel voor gezien.


Slechts één vrouw loopt, zo staat in zowel de kranten als het politierapport te lezen, een lichte verwonding in haar gezicht op. In het getroffen weiland breekt een koe haar poot. Maar dat nieuws haalt de kranten niet.