Na de nieuwsberichten over het grote gehalte aan AI in de berichten van Rob Jetten en D66 ben ik zelf eens met AI gaan experimenteren. Daarvan in dit stukje een verslag.
Ik ben een groot fan van bepaalde aspecten van AI: de snelle kennisvergaring die je ermee kunt verrichten (nee, je bent er daarmee nog niet, maar krijgt een heel goede voorzet) bijvoorbeeld, en ook van het gemak waarmee je zelf apps kunt ontwikkelen zonder te kunnen coderen. Teksten schrijven met AI is echter niet mijn ding, ik schrijf ze liever zelf.
Tijdens mijn experiment probeerde ik als eerste een paar chatbots zover te
krijgen dat zij een tekst schreven die menselijk overkwam. Op mijzelf en ook op
Pangram, voor de ultieme check.
Dit mislukte jammerlijk. Ik heb vele pogingen gewaagd, maar ze liepen op
niets uit. Allemaal.
Omdat het mij niet lukte om AI voor HI te laten doorgaan, ben ik als tweede
stap in het experiment gaan proberen om zelf een tekst te schrijven die voor AI
kon doorgaan.
Ook dit, ik verklap het maar meteen, mislukte volledig. Hoeveel
cliché-woorden of gedachtestreepjes ik er ook tegenaan gooide, of hoe
onnatuurlijk ik de zinnen ook liet lopen: Pangram kraakte alles wat ik deed af.
Ik kwam dus geen steek verder. En ik had op dat punt kunnen zeggen: laat dan
maar. Opzet leuk, uitwerking mislukt, door naar het volgende onderwerp. Maar
nee. Ik had namelijk wel degelijk enig resultaat van mijn experiment. En dat
was in de eerste plaats dat ik er zeer chagrijnig van werd. Al het leven
verdween uit mijn woorden. Schrijven was opeens geen manier meer om mezelf uit
te drukken, maar meer om mezelf te onderdrukken. Elke creatieve opwelling
stopte ik af. En mijn taal werd lelijker en lelijker (N.B. Pangram bleef het
ondanks dat dus wél steeds als menselijke tekst herkennen, ik heb dus ook niet
de goede, of niet voldoende, AI-kneepjes te pakken gehad!). En in de tweede plaats – deze bijwerking vind ik echt een beetje
eng – probeerde ik het nabootsen van AI zo intensief, dat ik er in mijn andere
schrijven, bijvoorbeeld voor deze blog, last van kreeg. Ik kon mijn eigen toon
niet meer zo goed vinden.
In de laatste fase van mijn experiment probeerde ik hutspotteksten te maken:
ik nam dan AI als uitgangspunt en vlocht er menselijke zinnen doorheen. Zo
lukte het me om teksten te creëren die hybride overkwamen op Pangram. Ik
slaagde dus eindelijk in iets wat ik me had voorgenomen.
Maar helaas werd ik ook van dat project chagrijnig, omdat ik pas bij het
herschrijven van het excuus van Jetten aan de Molukse gemeenschap merkte hoe
leeg die tekst was. Hoe hol. Dat was me bij oppervlakkige lezing niet
zo opgevallen, misschien omdat mijn brein er automatisch van was afgehaakt. Dat
weet ik niet. Elke wezenlijke verbinding met de Molukse gemeenschap, of de
geschiedenis van ons land, ontbrak in ieder geval. Ik voelde er helemaal niets
bij. Maar goed, ik vlocht er zinnen doorheen en slaagde er dan eindelijk in om
het oordeel van Pangram te beïnvloeden.
Aan het einde van het hele experiment was ik dan ook terug bij mijn eigen
uitgangspunt over het AI-gebruik door Jetten. Goed, of geen probleem, leek het
mij voor algemene mededelingen, die vaak droog en feitelijk zijn, en niet goed
voor berichten die draaien om betekenisgeving en verbinding. Een nieuw inzicht
leverde het dus niet op – wel werd het erdoor verdiept.
Een laatste resultaat van mijn experiment is overigens dat ik heel opgelucht
ben dat deze blog er eindelijk uit gaat: ik ben namelijk helemaal klaar met AI
als tekstschrijver. Meer dan ik hiervoor ooit ben geweest.