maandag 5 oktober 2026

24 februari 1936

 

In de tekst hiervoor ging ik met zevenmijlslaarzen door WO II. Het voordeel van die werkwijze is dat je nog eens een punt kunt maken. Het nadeel dan weer dat je alle grassprieten, bloemen en insecten plat stampt. In de dagen die volgden voelde ik geen enkele inspiratie voor een volgende blog.

En toen opeens ging Paulien Cornelisse dood. Dit leidde bij mij tot grote razernij.

Voor dit stukje ga ik terug naar 24 februari 1936. De geboortedag van Paulien Cornelisse, maar dan veertig jaar terug geslingerd in de tijd.

Ik ben alle wijkbureaus van Amsterdam langsgegaan die de rapporten van deze dag hadden bewaard. Dat waren er heel wat. Ze zijn allemaal te vinden – en door een ieder te raadplegen – via de site van het Amsterdams Stadsarchief. Misschien zeg ik dat niet vaak genoeg.

Het was hier en daar wat glad, op 24 februari 1936. Vooral in de vroege ochtend. En alweer wat later op de dag was een man met zijn fiets tegen een tramwagen van lijn 5 aangereden. Hij had zich op de trambaan bevonden. Net als de tram zelf. De fietser was uitgeweken en toen toch weer voor de tram gekomen. “[X] geeft toe schuld te hebben. Geen drankgebruik, geen vluchtheuvel.” Er zijn twee getuigen en ook de rapporteur, die het ongeluk zag, “verklaart dat de schuld van de aanrijding alleen te wijten is aan [X].”

Klare taal. Elders in de stad gebeurde er ook een ongeluk met een fiets (“rijwiel”). Het betrof hier een man die “niet goed overweg [kon] met de terugtraprem, met het gevolg dat hij tegen een andere wielrijder aanreed.” Raadselachtig: verreweg de meeste fietsen in die tijd hadden een terugtraprem. Was de burger in kwestie juist aan een handrem gewend, of speelde er misschien iets geheel anders? We zullen het nooit meer te weten komen.

In de categorie verbloemende taal een registratie van bureau Singel. De politie wordt ingeschakeld omdat een man na een eerder bezoek aan een “publieke vrouw” te kennen is komen geven, aan diezelfde vrouw, “met de behandeling niet tevreden te zijn.” Tegen de tijd dat de politie arriveert, is de man alweer verdwenen. Maar naar concrete informatie had de agent van politie vermoedelijk toch niet gevraagd.

Het politiebureau aan de Zeeburgerdijk geeft ons weer andere geschiedenis terug. Er wordt gesproken over een Amsterdammer die schillenophaler was van beroep en het Flevopark heet nog het Zuiderzeepark. Een “broodeloze vreemdeling van Russische nationaliteit” meldt zich, hij wordt naar het hoofdbureau van politie gebracht.

In de categorie ‘weetjes’ ook nog deze. Bureau Marnixstraat meldt dat in “Magazijn Hema” in de Kinkerstraat een vrouw een bloedende hoofdwond krijgt. Een brigadier van politie verbindt haar. “Magazijn Hema”, zo werd de Hema in de jaren na de oprichting in 1926 vaak genoemd, leert een snelle check op krantenarchief Delpher.  

In de avond wordt een “drenkeling met tekenen van leven” uit een gracht gehaald. “De redder wenst niet in aanmerking te komen voor premie.” Deze premie kon speciaal voor redders van drenkelingen worden aangevraagd. Van een “drenkelingenpak”, een stel droge kleren, is in de notitie geen sprake. Vaak wordt daar in situaties als deze door de politie in de rapporten ook wat over opgemerkt. Maar in dit geval dus niet.

Om af te sluiten met iets anders dat niet gebeurde. De politie aan het J.D. Meijerplein noteert: “In Carré vond het optreden van een 6jarig knaapje niet plaats.”

24 februari 1936. We weten nu een beetje welke dag dit was.