In de tekst hiervoor ging ik met zevenmijlslaarzen door WO II. Het voordeel van die werkwijze is dat je nog eens een punt kunt maken. Het nadeel dan weer dat je alle grassprieten, bloemen en insecten plat stampt. In de dagen die volgden voelde ik geen enkele inspiratie voor een volgende blog.
En toen opeens ging Paulien Cornelisse dood. Dit leidde bij
mij tot grote razernij.
Voor dit stukje ga ik terug naar 24 februari 1936. De
geboortedag van Paulien Cornelisse, maar dan veertig jaar terug geslingerd in
de tijd.
Ik ben alle wijkbureaus van Amsterdam langsgegaan die de
rapporten van deze dag hadden bewaard. Dat waren er heel wat. Ze zijn allemaal
te vinden – en door een ieder te raadplegen – via de site van het Amsterdams
Stadsarchief. Misschien zeg ik dat niet vaak genoeg.
Het was hier en daar wat glad, op 24 februari 1936. Vooral
in de vroege ochtend. En alweer wat later op de dag was een man met zijn fiets
tegen een tramwagen van lijn 5 aangereden. Hij had zich op de trambaan bevonden.
Net als de tram zelf. De fietser was uitgeweken en toen toch weer voor de tram
gekomen. “[X] geeft toe schuld te hebben. Geen drankgebruik, geen vluchtheuvel.”
Er zijn twee getuigen en ook de rapporteur, die het ongeluk zag, “verklaart dat
de schuld van de aanrijding alleen te wijten is aan [X].”
Klare taal. Elders in de stad gebeurde er ook een ongeluk
met een fiets (“rijwiel”). Het betrof hier een man die “niet goed overweg [kon]
met de terugtraprem, met het gevolg dat hij tegen een andere wielrijder
aanreed.” Raadselachtig: verreweg de meeste fietsen in die tijd hadden een
terugtraprem. Was de burger in kwestie juist aan een handrem gewend, of speelde
er misschien iets geheel anders? We zullen het nooit meer te weten komen.
In de categorie verbloemende taal een registratie van bureau
Singel. De politie wordt ingeschakeld omdat een man na een eerder bezoek aan
een “publieke vrouw” te kennen is komen geven, aan diezelfde vrouw, “met de behandeling
niet tevreden te zijn.” Tegen de tijd dat de politie arriveert, is de man
alweer verdwenen. Maar naar concrete informatie had de agent van politie vermoedelijk
toch niet gevraagd.
Het politiebureau aan de Zeeburgerdijk geeft ons weer andere
geschiedenis terug. Er wordt gesproken over een Amsterdammer die schillenophaler
was van beroep en het Flevopark heet nog het Zuiderzeepark. Een “broodeloze
vreemdeling van Russische nationaliteit” meldt zich, hij wordt naar het hoofdbureau
van politie gebracht.
In de categorie ‘weetjes’ ook nog deze. Bureau Marnixstraat
meldt dat in “Magazijn Hema” in de Kinkerstraat een vrouw een bloedende
hoofdwond krijgt. Een brigadier van politie verbindt haar. “Magazijn Hema”, zo
werd de Hema in de jaren na de oprichting in 1926 vaak genoemd, leert een snelle
check op krantenarchief Delpher.
In de avond wordt een “drenkeling met tekenen van leven” uit
een gracht gehaald. “De redder wenst niet in aanmerking te komen voor premie.”
Deze premie kon speciaal voor redders van drenkelingen worden aangevraagd. Van
een “drenkelingenpak”, een stel droge kleren, is in de notitie geen sprake.
Vaak wordt daar in situaties als deze door de politie in de rapporten ook wat over
opgemerkt. Maar in dit geval dus niet.
Om af te sluiten met iets anders dat niet gebeurde. De
politie aan het J.D. Meijerplein noteert: “In Carré vond het optreden van een
6jarig knaapje niet plaats.”
24 februari 1936. We weten nu een beetje welke dag dit was.