vrijdag 6 februari 2026

Doffe struikelsteentjes

Twee dingen waren mij volslagen onbekend toen ik de dagrapporten van de Amsterdamse politie begon te onderzoeken. Allereerst: hoe vaak de vergelijking tussen ‘toen’ en ‘nu’ hout zou gaan snijden, hoezeer en hoe snel de heersende moraal zou verschuiven. Daarnaast: hoe ongelooflijk veel er nog te ontdekken viel over het lot van Joodse Amsterdammers. Nieuwe namen zijn naar voren gekomen en toegevoegd aan het Joods Monument,  net als sterfdata en doodsoorzaken.

Zo denk ik aan de Joodse man die in de zomer van 1940 zelfmoord pleegde door in het water te springen en aan de Joodse vrouw die in het voorjaar van 1943 hetzelfde deed. Zij kregen door omstanders allebei een reddende hand toegewezen, in de vorm van een haak. Zowel de man als de vrouw weigerden deze aan te nemen, ze zwommen ervan weg.

En mijn gedachten gaan uit naar de Joodse man die in het voorjaar van 1943 óók in het water sprong, maar dan om het leven van een niet-Joodse Amsterdammer te redden en die zich op het politiebureau moest melden omdat hij tijdens het verrichten van zijn heldendaad al zijn papieren verloren had. Joden mochten niks, in 1943. Het leven van de man zou dan ook niet lang meer duren.

Ook denk ik aan Klaartje de Zwarte-Walvisch, die juist haar eigen verslag schreef over wat haar in de maanden maart tot en met juli 1943 overkwam en die niet in de politierapporten voorkomt. Klaartje de Zwarte-Walvisch werd precies 115 jaar voor de dag van vandaag, op 6 februari 1911, geboren en werd uiteindelijk 32 jaar oud.

Op 22 maart 1943 werd zij uit haar huis opgehaald door twee zogenaamde Jodenjagers. Ze ging met de mannen in gesprek, althans met de ene die haar niet toeschreeuwde en die, terwijl er nog spullen moesten worden ingepakt, wat op de piano was gaan spelen. Veel meer dan een redenering in de trant van, mijn collega heeft oprecht een hekel aan Joden en heeft daar ook zo zijn redenen voor, kwam daar overigens niet uit.

Anno 2026 is over de motivatie van Jodenjagers veel bekend: Jodenjager zijn betekende een goede baan hebben, juist voor degenen die daar in hun carrière nog niet zoveel ervaring mee hadden opgedaan, vastigheid, succes hebben en goed geld kunnen verdienen. (Ik heb het zelf ook gemerkt tijdens het onderzoek aan de politierapporten: ik werd steeds beter in het opsporen van Joden, in het combineren van voornaam, achternaam en locatie in de stad. Een vaardigheid waar ik gemengde gevoelens bij had. Maar die wel groeide en die zijn nut bewees.)

Een paar dagen geleden ben ik voor het eerst langs haar huis, vlakbij het Oosterpark, gefietst. Dit had ik al veel eerder kunnen doen, maar toch was het nog nooit gebeurd.

Ik zag een huis met een tuin, een klein, fragiel ogend balkonnetje waarop Klaartje in de zon had gezeten op het moment dat de Jodenjagers aanbelden. En ik zag twee struikelsteentjes liggen, heel netjes naast elkaar. Eentje voor haar, en eentje voor haar man Joseph.

De steentjes waren dof geworden, al lagen ze er nog maar twee jaar. Ook struikelstenen moeten onderhouden worden. Ze zijn niet alleen een herinnering aan wat was. Zij kunnen ook richting geven aan wat komen gaat.