Doffe struikelsteentjes
Twee dingen waren mij volslagen onbekend toen ik de dagrapporten van de Amsterdamse politie begon te onderzoeken. Allereerst: hoe vaak de vergelijking tussen ‘toen’ en ‘nu’ hout zou gaan snijden, hoezeer en hoe snel de heersende moraal zou verschuiven. Daarnaast: hoe ongelooflijk veel er nog te ontdekken viel over het lot van Joodse Amsterdammers. Nieuwe namen zijn naar voren gekomen en toegevoegd aan het Joods Monument, net als sterfdata en doodsoorzaken.
Zo denk ik aan de Joodse man die in de zomer van 1940
zelfmoord pleegde door in het water te springen en aan de Joodse vrouw die in
het voorjaar van 1943 hetzelfde deed. Zij kregen door omstanders allebei een
reddende hand toegewezen, in de vorm van een haak. Zowel de man als de vrouw
weigerden deze aan te nemen, ze zwommen ervan weg.
En mijn gedachten gaan uit naar de Joodse man die in het
voorjaar van 1943 óók in het water sprong, maar dan om het leven van een
niet-Joodse Amsterdammer te redden en
die zich op het politiebureau moest melden omdat hij tijdens het verrichten van
zijn heldendaad al zijn papieren verloren had. Joden mochten niks, in 1943.
Het leven van de man zou dan ook niet lang meer duren.
Ook denk ik aan Klaartje de Zwarte-Walvisch, die juist haar
eigen verslag schreef over wat haar in de maanden maart tot en met juli 1943
overkwam en die niet in de politierapporten voorkomt. Klaartje de
Zwarte-Walvisch werd precies 115 jaar voor de dag van vandaag, op 6 februari
1911, geboren en werd uiteindelijk 32 jaar oud.
Op 22 maart 1943 werd zij uit haar huis opgehaald door twee
zogenaamde Jodenjagers. Ze ging met de mannen in gesprek, althans met de ene
die haar niet toeschreeuwde en die,
terwijl er nog spullen moesten worden ingepakt, wat op de piano was gaan
spelen. Veel meer dan een redenering in de trant van, mijn collega heeft
oprecht een hekel aan Joden en heeft daar ook zo zijn redenen voor, kwam daar
overigens niet uit.
Anno 2026 is over de motivatie van Jodenjagers veel bekend:
Jodenjager zijn betekende een goede baan hebben, juist voor degenen die daar in
hun carrière nog niet zoveel ervaring mee hadden opgedaan, vastigheid, succes hebben
en goed geld kunnen verdienen. (Ik heb het zelf ook gemerkt tijdens het
onderzoek aan de politierapporten: ik werd steeds beter in het opsporen van
Joden, in het combineren van voornaam, achternaam en locatie in de stad. Een vaardigheid
waar ik gemengde gevoelens bij had. Maar die wel groeide en die zijn nut bewees.)
Een paar dagen geleden ben ik voor het eerst langs haar huis,
vlakbij het Oosterpark, gefietst. Dit
had ik al veel eerder kunnen doen, maar toch was het nog nooit gebeurd.
Ik zag een huis met een tuin, een klein, fragiel ogend balkonnetje
waarop Klaartje in de zon had gezeten op het moment dat de Jodenjagers
aanbelden. En ik zag twee struikelsteentjes liggen, heel netjes naast elkaar.
Eentje voor haar, en eentje voor haar man Joseph.
De steentjes waren dof geworden, al lagen ze er nog maar
twee jaar. Ook struikelstenen moeten onderhouden worden. Ze zijn niet alleen
een herinnering aan wat was. Zij kunnen ook richting geven aan wat komen gaat.


<< Homepage