Taaie taal
Vandaag is het zeventien januari 2026. Precies vier jaar geleden dat de onderzoekers van het Cold Case Team publiek maakten de verrader van Anne Frank te hebben gevonden.
Er is in die tijd veel gebeurd. De oorlog in Oekraïne stond
in januari 2022 op het punt te beginnen en duurt nog altijd voort. De
Nederlandstalige versie van het boek over het verraad werd in maart 2022 alweer
van de markt gehaald. De Engelstalige versie van het boek wordt nog altijd goed
verkocht. Van een Duitstalige is het nooit gekomen.
Het boek werd van de markt gehaald, omdat de aangewezen
dader ondergedoken zat in de tijd van het verraad - net als zijn dochters, die
hij probeerde te beschermen door andermans dochters te verraden, zo was de
redenering in het boek. Er was een zondebok aangewezen, zonder bewijs.
Corona kwam in de afgelopen vier jaar niet terug, al werd
daar hier en daar wel voor gevreesd. Donald Trump kwam wél terug, of daar nu
door gevreesd werd of niet, en inmiddels leven we in een wereld waarin
vergelijkingen met de jaren dertig van de vorige eeuw niet van de lucht zijn.
Een wereldleider allerlei afspraken en verdragen aan zijn
laars te zien lappen en hierop de hulpeloze, zoekende, machteloze, ontwijkende
reacties waar te nemen van allerlei andere grote en kleinere leiders, doet mij persoonlijk
regelmatig naar adem happen en roept levendige herinneringen op aan een tijd
die ik niet eens heb meegemaakt.
Nu is mijn punt, of, in ieder geval probleem in mijn hoofd: vergelijkingen
met de jaren dertig of het gebruik van een woord als fascisme mogen ons alert
maken op wat er om ons heen gebeurt, maar ze kleuren de wereld van nu
tegelijkertijd verder zwart.
De woorden die we kiezen doen ertoe. De manier waarop er nu
gesproken wordt over hele bevolkingsgroepen, over mensen, bepaalde groepen
immigranten en ook transgenders. Met het woord “garbage” verwees hij onlangs
naar een groep Somalische immigranten. Dan noem je mensen toch echt vuilnis.
Om op dit punt een ‘slinger aan de klok’ te geven: aan het
begin van de oorlog werd in de dagrapporten van de Amsterdamse politie nog over
Joden gesproken als Israëlieten, zelfs Duitse emigranten, een enkele keer.
Naarmate de oorlog vorderde, werden Israëlieten Joden, joden, burgers “van
joodse bloede”, “joden families” dan wel “jodenfamilies” van wie het huis werd
leeggeroofd na vertrek.
Hoe langer de oorlog duurde en hoe straffer het regime van
de bezetter werd, des te discriminerender werd de gebruikte terminologie. Een
“jodenman” aan de Sicherheitspolizei uitleveren is nu eenmaal gemakkelijker dan
hetzelfde doen met een Israëlitische medemens. Medemens zijn wij immers allemaal.
Ik weet niet hoelang deze tijd nog voortduurt. Niemand weet
dat, en ook dat roept herinneringen op aan toen. De verzetsbriefjes die van
straat werden gevist en waarin mensen werd opgeroepen nog even vol te houden.
Een paar maanden, weken zelfs. En dan was het, pakweg,1942.
Wij weten anno 2026 ook niet op welk punt in de tijdslijn
wij ons bevinden. Wat we in ieder geval kunnen doen, is op onze woorden letten.
De vraag is, of dat voldoende is om het tij te keren. Maar: het niet doen zal
dat sowieso niet zijn.


<< Homepage